Maximumsnelheid blijkt speelbal kortetermijnpolitiek

Nog geen twee weken geleden stonden ze breedlachend af te trappen voor de statenverkiezingen: zelfingenomen VVD’ers bijeengedreven op een parkeerplaats aan zomaar een snelweg, omringd door een grote verzameling maximumsnelheidsborden. Het terugkerend thema op die borden was een getal, 130. De daar aanwezige club liberalen stond in hun smetteloos witte clubjasjes aan een treurig stuk weg en zij gaven te kennen er helemaal klaar voor te zijn. Waarvoor is tot op de dag van vandaag volstrekt onduidelijk. Het beeld laat me niet los. Maar waarom? Dat realiseerde ik me pas dit weekend.

In vroeger tijden overschreed ik nog wel eens de grens tussen België en Frankrijk per automobiel. Indertijd had je nog grenscontrole en andere intimiderende activiteiten om aan te geven dat er een ander land werd betreden. Onder die andere activiteiten vielen bijvoorbeeld ook de aldaar geldende verkeersregels. Wat me van Frankrijk zo specifiek is bijgebleven, is dat je er op snelwegen 130 kilometer per uur mocht. Indrukwekkende snelheid die gebaseerd was op de mijn eigen logica dat het een groot land is met veel asfalt en als je nu deze week nog in Bordeaux wilt aankomen, zul je moeten doorkachelen. Het had iets mystieks, die 10 kilometer per uur meer.

In Nederland is het maximum al lang gesteld op 120 hele kilometers per uur. In de praktijk houdt natuurlijk niemand zich hier volkomen aan. Er zijn mensen die standaard net onder 130 rijden omdat je altijd met afronding zit bij verkeerscontrole en een eventueel daaruit voortvloeiende boete. En het moet gezegd, 120 is hard zat. Te hard zelfs, als we kritisch kijken naar de effecten op het milieu. Ergens rond de 100 zit je qua break-even-point redelijk. Weliswaar is je Co2-uitstoot dan nog enorm, je kunt in elk geval nog ergens komen. Kwestie van kiezen, want je kunt ook met bus, tram, trein of metro. Maar goed, daar gaat het nu niet over.

De propagandamachine van 130 in ’t uur draait op volle toeren. Maar kun je nu ook werkelijk spreken van een doorbraak als blijkt dat je aan het einde van de Afsluitdijk er precies 3 minuten mee hebt gewonnen? Of dat je van Maastricht tot Amsterdam 4 minuten eerder ter plekke bent? Wat was er ook al weer mis met op tijd vertrekken?

Het symboolpolitieke drong echter pas tot mij door op het moment dat ik las dat in Spanje de overheid heeft besloten de maximumsnelheid terug te brengen van 120 in ‘t uur naar 110. Men voelt zich hiertoe gedwongen door de recente ontwikkelingen in oliestaat Libië, van oudsher medeorganisator van Spaanse mobiliteit.

Zo beschouwd kun je dus concluderen dat snelheid niks meer te maken heeft met veiligheid, nog minder met milieu, maar alles met politiek. En dat was allemaal nog niet zo erg geweest als er geen sprake was van zowel kortetermijnstrategie, symboliek als onnadenkendheid. En daar is het milieu helaas de dupe van.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *