Leiderschapsontwikkeling; daar maken zelfreflectie en intervisie toch onmiskenbaar onderdeel vanuit?

Een stokpaardje van mij: ‘Zelfreflectie: ik zeg doen!’ Een paar minuten uit het raam staren is natuurlijk prettig om te ontstressen, maar daarmee kijk je nog niet diep in de spiegel. Hoeveel leiders hebben eigenlijk hun eigen intervisieclub waarin ze thematisch zaken uitwisselen die samenhangen met facetten van leidinggeven? Binnen maatschappelijk georiënteerde opleidingen – denk aan psychosociaal werk, P&A, mediators – is het normaal om zo’n beetje vanaf het eerste jaar te reflecteren op jezelf. Een vierjarige leiderschapsopleiding bestaat bij mijn weten niet; leiderschap leer je in de praktijk. Wat mij opvalt, is dat ik relatief weinig leidinggevenden tegenkom die zichzelf echt vragen blijven stellen over hoe ze leiding geven. Ze wenden zich bijvoorbeeld wel tot gerespecteerd institutenom leiderschapsskills te ontwikkelen in een groep met allemaal onbekenden. Daar wordt ruimte gemaakt voor (zelf)reflectie en durft onder begeleiding bijna iedereen met de billen bloot te gaan.

Als de opleiding afgerond en afgelopen is, stopt de zelfreflectie en intervisie vaak ook, omdat de waan van de dag opnieuw alle aandacht vraagt. Na een maand of drie wordt meestal minder dan 10% van het geleerde nog in de praktijk toegepast. Binnen bepaalde beroepsgroepen ben je verplicht vier tot vijf keer per jaar, onder bepaalde, strenge randvoorwaarden, deel uit te maken van een intervisiegroep wil jij je beroep uit kunnen blijven oefenen. Als leidinggevende heb je als geen ander te dealen met emoties van je medewerkers en de (soms onmogelijke) wensen vanuit de organisatie. Hoe ga je hier gezond mee om? En, hoe blijf je daar gezond bij?

Daarom pleit ik voor intervisieclubs voor leidinggevenden. Als het geen optie is om het te doen met naaste collega’s; zoek dan leidinggevenden op in je nabije via bijvoorbeeld LinkedIn. De volgende thema’s kun je daar bijvoorbeeld bespreken. Mocht je te weinig tijd hebben voor intervisie, dan kun je hiermee ook individueel mee aan de slag.

  • Zelfkennis en -acceptatie als uitgangspunt om leiding te geven. In hoeverre ben je in staat je posivitieve en negatieve eigenschappen, je beperkingen en je mogelijkheden onder ogen te zien? Wat betekent dit voor de wijze waarop jij collega’s en medewerkers in je omgeving percipieert?
  • In hoeverre (h)erken jij je gevoelens over jezelf, anderen en situaties en weet je waar dat gevoel vandaan komt? Wat heeft dit gevoel voor gevolg in de dagelijkse werkpraktijk?
  • In hoeverre ben je in staat om weerstand te bieden aan een impuls of niet of vertraagd te reageren op een uitdaging? Hoe hoog is je frustratietolerantie zonder dat je controle verliest en irrationeel en/of vanuit emotie handelt?
  • In hoeverre ben je in staat om je bewust te zijn van gevoelens van anderen en daarmee om te gaan vanuit oprechte zorg en begrip? Kun jij anderen als het ware lezen?
  • In hoeverre ben je werkelijk een coöperatief, bijdragend en opbouwend lid van sociale groepen waarmee je te maken hebt. Dit geldt zowel buiten als binnen je werkomgeving.

Laat het me even weten wanneer je start met intervisie of structurele zelfreflectie en wat de resultaten daarvan zijn. Die zijn vast het publiceren waard!

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *