Tag: Duurzame inzetbaarheid

Talent Management: Neem afscheid van de ‘term’ underperformance – het kost je alleen maar tijd!

Onlangs was ik bij een inspirerende bijeenkomst waar we tijdens een workshop brainstormden over het thema talent. Wat is talent nou eigenlijk? En wat betekent dat voor organisaties die Talent Management op de kaart willen zetten om in de toekomst een aantrekkelijke werkgever te zijn die moeiteloos talent aantrekt.
Al pratende viel het woord underperformance en volautomatisch poneerde ik de stelling dat als een organisatie echt met talenten aan de gang wil, ze het item underperformance maar beter uit de beoordelingscyclus kunnen schrappen.

Mobiliteit is een kans zeggen ze, maar …geldt dat voor iedereen?

Thema’s als duurzame inzetbaarheid, mobiliteit en strategische personeelsplanning staan hoog op de agenda. Op verschillende manieren proberen HR en management medewerkers te verleiden om werk te maken van hun eigen inzetbaarheid. Hiervoor regelen ze verschillende sociale vangnetten als scholings- of mobiliteitsbudgetten, loopbaantesten etc. Prima interventies om medewerkers breed inzetbaar te maken voor de (interne)arbeidsmarkt. Maar levert dit het gewenste effect op? Neemt de mobiliteit onder alle groepen medewerkers toe? Of blijft dit beperkt tot een klein en uniek groepje medewerkers dat toch al actief bezig is met de eigen loopbaan? Heel wat relaties uit verschillende branches blijken dit zo te ervaren. Vaak is het net de groep waarvan ‘we’ graag willen dat ze mobieler wordt, die slechts beperkt gebruik maakt van de aangeboden faciliteiten.

Leidinggevende speelt een steeds vitalere rol bij Talent Management

En dat is logisch, omdat een leven lang een baan bekleden bij een werkgever nauwelijks nog tot de realiteit behoord. De verantwoordelijkheid voor duurzame en brede inzetbaarheid is de verantwoordelijkheid van zowel de werkgever als de werknemer. Dat betekent dat het belang van een werknemer naar een leidinggevende die de capaciteiten heeft om (latent aanwezige) talenten tot bloei te laten komen, toeneemt.

Een goede leidinggevende trekt mensen aan, de betrokkenheid neemt toe en het verloop neemt af. Ze spelen een sleutelrol bij het maximaliseren van de resultaten en bijdragen aan de organisatiedoelen. De mensen die van baan wisselen en werkzoekende van nu hebben er belang bij dat er ruimte is om te leren en zich te ontwikkelen. Ze zullen daarnaar vragen als ze op zoek zijn naar een baan. Ze hebben daar een goede reden voor:

Vacatures

Supply Chain Manager van de Toekomst (Amsterdam)

Ben jij de Supply Chain Manager van de toekomst? Bij DPA Supply Chain investeer jij in jezelf met uitdagende projecten bij verschillende opdrachtgevers en een op maat gemaakt opleidingstraject!... Bekijk alle vacatures

Advertorial

Leiderschap; het is niet alleen eenzaam aan de top!

Ook wanneer je lager in een organisatie staat en je krijgt de opdracht voor het doorvoeren van een verandering, kun je gevoelens van eenzaamheid ervaren. Het zelfde geldt voor trainers en consultants die hun invloed mogen doen gelden. Leren is immers ook begeleiden van verandering. Het levert ongemak op bij degenen die verondersteld worden te leren. Of ze nu positief staan tegenover de verandering/leren of niet.

Welke functienaam je ook hebt als begeleider; je moet sterk in je schoenen staan en goed voor jezelf kunnen zorgen. Een te sterke focus op hoe jij je werk inhoudelijk benadert, is te eenzijdig om het werk jarenlang goed te kunnen doen. Beter is het om tijd te reserveren om ervoor te zorgen dat je ook mentaal fit blijft door onder andere jouw wijze van coping onder de loep te nemen. Kun je jouw positie, die een zekere eenzaamheid met zich meebrengt, aan?

Praten over fouten maken: een taboe of een gespreksonderwerp van onschatbare waarde?

De vraag is of fouten maken mag. Her en der wordt stoer geroepen dat fouten welkom zijn, mits je het niet te bont maakt. Ik vraag me echter af of het wel zo’n gemeengoed is dat je fouten mag maken om er vervolgens direct lessen uit te trekken. Als ik met mensen spreek binnen organisaties vertellen ze me juist dat je geen fouten mag maken. Je wordt erop aangekeken en op afgerekend en dat gaat verder dan het kruisje achter je naam. Het bijzondere is dan, dat als ik vraag wanneer er echt iets afgerekend is, ze me meestal het antwoord schuldig blijven. Kennelijk ontbreekt er een basisvertrouwen in de organisatie waar ze werken. Wat is er dan echt aan de hand? Wordt er dan alleen maar geschreven dat fouten maken mag? Wordt het vooral met de mond beleden binnen organisaties? Is het eigenlijk wel een gespreksonderwerp of is het een groot taboe?

Meer arbeidsmobiliteit voor vijfenvijftigplussers: hoe doe je dat?

Wat mij raakte tijdens het NVP-symposium Strategie en praktijk rond duurzame inzetbaarheid: groei en ontwikkeling, waren de woorden van Rob Slagmolen (werkzaam bij en VNO NCW en MKB Nederland). Hij vertelde het publiek dat de arbeidsmobiliteit van oudere werknemers, 55+, in Nederland vele malen lager ligt dan in de ons omringende landen. Boven een bepaalde leeftijd veranderen wij dus nauwelijks meer van baan. Nu hebben belanghebbende partijen in ons polderland afgesproken dat gemiddeld net zoveel werknemers van 55 jaar en ouder, over tien jaar – in 2020 dus –, aan het werk zijn als 55-minners (= gelijke arbeidsparticipatie).

Mogen we in dit tijdperk wel vrijmoedig vragen stellen?

Als ik ergens van geniet, dan is het wel van mijn driejarige buurmeisje dat me de oren van het hoofd vraagt wanneer ik in de tuin aan het werk ben. Geweldig. Over de meest simpele dingen stelt ze vragen. Mevrouw, waarom snoei je de struik? Waarom gooi je de takken weg? Waarom heb je vissen? Dat, gaat het maar door. Wat me opvalt, is dat ik soms echt moet nadenken over ogenschijnlijk alledaagse zaken. Het prikkelt me. Met name, omdat ik in mijn werk volwassenen weinig vragen hoor stellen. Wat neem ik waar rond het thema ‘vragen stellen’ als ik de loep leg over mijn ervaring van het afgelopen jaar? En hoe voegen we waarde toe aan ons handelen als we vrijmoedig vragen stellen?

Zelfsturing biedt volop kansen het beoordelingsproces anders in te richten!

Zelfsturing en zelforganisatie zijn ‘hot’. Organisaties die medewerkers de ruimte geven en werken vanuit vertrouwen presteren beter. Denk aan: efficiënter, productiever en klantgerichter. De betrokkenheid van medewerkers bij zowel het werk, de organisatie als de klanten is groter. De blik is naar buiten gericht en gaat vandaar uit naar binnen. Deze organisaties hebben ‘waarde toevoegen centraal gesteld bij het vormgeven van de organisatie. Men denkt vanuit behoeftes van de klant en van daaruit worden de processen gestroomlijnd. Het positieve gevolg daarvan is een stevige reductie in complexiteit en bureaucratie. Zelfstandige teams van 4 tot maximaal 20 medewerkers, vaak multifunctioneel samengesteld, opereren onafhankelijk van andere teams om hun toegevoegde waarde voor de (interne) klant te realiseren. Met andere woorden; ze zijn zelfsturend.

Omarm de ‘groentjes’ binnen je organisatie en houd ze langer dan 2 jaar binnen!

De afgelopen twee maanden had ik contact met twee trainees, binnen heel verschillende organisaties. Beide young professionals vertelden me, onafhankelijk van elkaar, dat hun traineeship twee jaar duurt en dat er daarna een heel kleine kans is op een aanstelling. De gemiddelde leeftijd binnen de organisaties waar ze nu ervaring opdoen, ligt dik in de tweede helft van de veertig. Door verdergaande automatisering, outsourcing, bezuinigingen en vacaturestops zit de boel potdicht en alleen tussentijdse uitstroom biedt kansen op een baan. ‘Hoezo strategic workforce planning’, denk ik dan. En wat voor een kapitaal

De kunst van één ding tegelijk doen of hoe word ik veel productiever!

Wat zou Robert M. Pirsig (Zen en de kunst van het motoronderhoud) van het bovenstaande vinden, vroeg ik me af toen ik op zoek was naar een aardige titel voor deze blog. Toch nog maar eens even in alle rust het boek herlezen om er een antwoord op te krijgen. In deze vakantieperiode hoor ik vreemd genoeg allerlei geluiden van mensen die moe zijn. Aan het aantal uren dat ze in touw zijn, kan het nauwelijks liggen. Ik vraag me af of een van de oorzaken het constante vastgeplakt zitten aan (mobiele) apparatuur om van alles te checken.