Niet trots op Fyra door onduidelijk prijsbeleid NS-Hispeed

Wie van Rotterdam naar Amsterdam of andersom wil reizen, heeft in de categorie van gemotoriseerd vervoer vele opties, die hen door de lucht, over asfalt en over metalen rails voert. Elk heeft zo zijn voor- en nadelen en als beste optie – win-win – geldt nog steeds vervoer per trein. En zoals een grote verzekeringsmaatschappij zegt: ‘Zorg kan altijd beter,’ geldt dit voor spoor ook.
Het is logisch dat luchtreizen van Rotterdam naar Amsterdam geen enkel doel dient. Weliswaar is het stukje door de wolken kort, hooguit een kwartier, qua tijd schiet je niks op. En dat staat dan nog los van de hoge CO2-uitstoot die de metalen vogel met zich meebrengt. Ook logisch dat autorijden – weliswaar de meest vrije en flexibele vorm van vervoer – geen sterk alternatief is. Want of je nu op de ring van de A16, de A10 of de tussenliggende A4 klem staat, slakkengangen doe je toch, tenzij je de incourante uren van de nacht verkiest.
Wat houd je dan over? De trein. En laat dit nu niet alleen de prettigste manier van reizen zijn van centrum naar centrum, het belast het milieu ook nog het minst. Tel uit je winst! Als je dan toch tussen die twee steden heen-en-weer’t, is dit een uitgelezen kans goed te acteren.
Het spoor biedt zelfs drie min of meer directe mogelijkheden, een langzame, een snelle en een hele snelle. De langzame is de stoptrein die over Gouda, Woerden en Breukelen voert. Mocht je de tijd hebben en graag koeien in het weiland zien grazen, is dit de meest amusante optie. Voor een ieder die een dichtgekladde agenda kent, is de sneltrein de enige optie. Althans, dat was het altijd. Sinds een jaar namelijk kun je ook de flitsoptie verkiezen. Die heet Fyra en daar zit het woord trots in opgesloten. Dat die trots nergens op gebaseerd is, blijkt wel uit het feit dat de enige ruimte in de trein waar het dringen is, de bestuurderscabine betreft. Geen hond reist met de Fyra, terwijl dit toch al gauw twintig minuten per enkele reis scheelt. Immers, je hoeft tot Schiphol niet achter de boemeltjes aan die over Schiedam, Delft, Den Haag, Leiden, Nieuw-Vennep en Hoofddorp voeren. Na Rotterdam Centraal buigt de Fyra af, doorsnijdt Blijdorp en duikt de grond in – of komt soms op – om bij Schiphol eerst weer op de oude route aan te komen.
Ideale oplossing, toch? Maar waarom zijn die treinen dan zo leeg? Daar is een eenvoudige reden voor: acceptatie. Niet zozeer van het middel, dat namelijk staat als een huis, maar vanwege de prijsbepaling. Die is zo ondoorzichtig – met kortingsacties, vroegboekingen en weet ik veel wat – dat men niet bereid is aan deze te voldoen. Maar wat het nog erger maakt, is het feit dat je standaard een opslag moet betalen om met de Fyra te mogen reizen. NS Hispeed – uitbater zulks – dacht dat men hiertoe wel bereid zou zijn, kwestie van vraag, aanbod, maar vooral concurrentie.
Dat het anders kan, bewijst de winter van 2010-2011. De kou is zo gruwelijk, de sneeuwlagen zo volhardend en de betrouwbaarheid van het spoor zo bijster, dat NS Hispeed besloot tot januari geen toeslag te heffen. Dus dan weer wel, dan weer niet. Hoe zit het nu? Hiermee jaag je de mensen niet de trein in – wat we willen – maar uit.
Zolang NS Hispeed blijft rommelen met prijskaartjes, waar andere treinen een vast tarief kennen – wat wij geaccepteerd hebben – zal de Fyra een fenomeen blijven van een showtrein die vanaf Blijdorp tot Schiphol heen en weer blijft rijden. Zo bezien is niet Blijdorp een dierentuin, maar heel Nederland.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *