Flexwerken als schijnoplossing

De laatste week van mijn verbeten vasthouden aan mijn werkplek, waar ik bijna acht jaar aan heb mogen slijten, is bijna ten einde. En daarmee een tijdperk. Vanaf september mag ik met mijn rolkoffer met documenten en prullen gaan zwerven over de afdeling, op zoek naar een bureau en een stoel om het werk dat van mij wordt verwacht, te verzetten. De werkgever heeft namelijk beslist dat het concept flexen wordt ingevoerd. Is dat een logische keuze? Jawel. Is het louter hosanna? Geenszins.
Elke vierkante meter van een kantoor kost geld. Bakken met geld. Er wordt gestookt, gestofzuigd, een bureau onderhouden en een stoel aangeboden. Wat dat per werknemer kost, is niet gering. Werknemers zijn daarbij steeds flexibeler en mobieler. Ook dat is een feit. Opgeteld zou je kunnen stellen dat mijn werkplek grosso modo de helft van de tijd leegstaat. Akkoord, dat is zonde, want het zijn schaarse middelen die we duurzaam moeten inzetten. Zo bezien, is het flexen geen slecht plan.
Dus ik ben volstrekt bereid mijn werkplek te delen met een ander. Iemand die werk verricht op de momenten dat ik elders verkeer. Immers, ik heb een halve baan bij werkgever A (werkgever B flext niet). Maar dan kom je bij een ingewikkelde puzzel uit. Welk bureau staat wanneer leeg en waar kan dit worden gedeeld? Om nu te voorkomen dat deze puzzel onuitvoerbaar wordt, is gekozen voor het concept dat niemand een eigen plek heeft, maar dat je een vrij bureau kiest op het moment dat jij jouw werk wilt verrichten. Ook nog steeds heel logisch.
Maar tussen droom en daad staan wetten in de weg en praktische bezwaren, dichtte Elsschot al. Niets is wat het lijkt en een slechts in theorie is flexen een uitstekend plan.
Op een willekeurige dag zal ik mijn kantoor betreden en ga ik naar de gezamenlijke ruimte waar relaxzetels, een koffiehoek en alle kastjes van alle werknemers staan opgesteld. Het is een ontmoetingsruimte. Uit mijn kast haal ik mijn rolkoffer die ik heb moeten vullen met al mijn bullen. Daarmee rijd ik – vol schaamte voor deze potsierlijke vertoning – naar een vrij bureau. Ik draai de tafel omlaag en de stoel gaat in de achterste stand, ik klik de laptop op het systeem en kan aan de slag. In mijn kwartier tref ik allerlei mensen aan waar ik niets mee heb. Zakelijk gezien dan. Ik werk namelijk in een team dat intensief de hele dag door met elkaar overlegt en spart. Ook staan alle werkplekken dusdanig dicht op elkaar – met allerlei medewerkers met werkzaamheden zonder link met de mijne – dat we continu elkaar storen met non-informatie. Of in elk geval, informatie die voor mij niet terzake is.
Dat zou allemaal nog wel te velen zijn, als er vanuit de facilitaire afdeling niet zo ontzettend schools en non-descript mij de voordelen van het flexen wordt uitgelegd. Onder de noemer ‘betrouwbaar, accuraat en snel’(?!?), wordt ons een folder in de digitale postbus geduwd waarin ons de voordelen van flexen wordt voorgehouden. Een citaat: “…blijkt dat velen van jullie behoefte hebben om meer te weten over elkaars werkzaamheden. Met het flexen kunnen we dit op een speelse en makkelijke manier mogelijk maken. Zoek elkaar op en ga eens naast iemand uit een ander team zitten. Wie weet wat je allemaal te weten komt!”

Omdat het aantal werkplekken lager is dan het aantal werknemers en er – zoals al werd gesteld – geen rekening wordt gehouden met zwaartepunten in aanwezigheid, weten we nu al dat het op dinsdag en donderdag vechten wordt om een werkplek. Waar een hygiënefactor als een goede werkplek de normaalste zaak van de wereld is, wordt dit nu een steen des aanstoots. Iets minder juich dus, aub.

Ik zie het somber in. Dan maar een paar tientjes duurder per maand, is mijn gedachte. Maar of dat zo duurzaam is?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *